Openwaterzwemmen: meer of zee?

Openwaterzwemmen is al een andere tak van sport dan zwemmen in het zwembad. Maar ook het ene natuurwater is het andere niet. Zo maakt het nogal wat uit of je in een meer zwemt of in de zee. Nieuwsgierig naar de verschillen en naar hoe je je het beste voorbereidt? Je leest het hier!

Als je net begint met openwaterzwemmen, is het wel zo prettig om te beginnen in een meer. Hier kun je goed wennen aan de verschillen tussen zwemmen in een zwembad en in de vrije natuur. Natuurwater is veelal kouder, troebeler en donkerder dan zwembadwater. Ook zijn er geen lijnen in het water of strepen op de bodem om je richting te geven. Je moet dus meer moeite doen om je te oriënteren. Verder kun je allerlei ‘obstakels’ tegenkomen, variërend van waterplanten, vissen en vogels tot boten en vissers. Tot slot merk je in open water een stuk meer van het weer. Waait het hard, dan zijn er meer golven en is het water onstuimiger. En regent het, beïnvloedt dat je zicht.

Wil je goed voorbereid te water gaan, zorg dan in ieder geval voor een goede zwembril en een felgekleurde zwemboei. Eerstgenoemde zorgt ervoor dat je goed kunt zien, wat belangrijk is om je te kunnen oriënteren in het water. Laatstgenoemde is van belang voor een goede zichtbaarheid – van een aanvaring met een boot knapt niemand op. Wanneer je borstcrawl zwemt, zul je je zwemtechniek iets moeten aanpassen: kom elke zoveel slagen even net boven het wateroppervlak uit met je ogen – inderdaad, als een krokodil – om te kijken of je nog goed op koers ligt. Wat de temperatuur betreft tot slot, kun je ervoor kiezen jezelf te wapenen met een extra badmuts of zelfs een wetsuit.

Heb je een en ander onder de knie en voel je er wel voor om de elementen te trotseren? Dan is zeezwemmen een geweldige volgende stap. Eigenlijk gelden voor de zee dezelfde omstandigheden als hierboven omschreven, maar dan zijn er nog een aantal additionele factoren die zorgen voor een beetje extra uitdaging. In de zee heb je namelijk te maken met getijden en stromingen. Dit maakt zeezwemmen meer oer, maar ook gevaarlijker. Het is dus van groot belang om te weten wat je doet. Wil je echt goed leren zeezwemmen raden we je aan om een zeezwemclinic te volgen. Hier leer je alles over muien, getijden en stromingen. De belangrijke vuistregels zetten we vast voor je op een rijtje.

Behalve een zwembril en een zwemboei, zijn een felgekleurde badmuts voor zichtbaarheid en tenminste één andere zwembuddy voor extra veiligheid een absolute must voor zwemmen in zee. Ga je het water in, ga dan eerst door de branding. Pas daarachter kun je zwemmen. Zwem altijd parallel aan de kust. Hoe hoger de golven, hoe meer je je ademhaling zult moeten afstemmen; ademen aan de kant van een flinke golf is niet raadzaam kunnen we je vertellen. Kom je in een mui, laat je dan meevoeren met de stroming en probeer er aan de zijkant uit te zwemmen. Je kunt eventueel rusten op een zandbank voor je terug zwemt naar de kust. Probeer nooit tegen de stroom in te zwemmen – zelfs de best getrainde zwemmers zouden het afleggen tegen de zee.

Geen kinderspel dus, dat zeezwemmen, wel een ultieme ervaring. Eén met de elementen en de kracht van de natuur. Hou je het liever iets serener? Dan is een meer de uitgelezen plek voor jou. En reken maar dat je al zwemmend bij een mistige zonsopgang, uitsluitend omringd door wat ganzen en eenden, ook volledig opgaat in de natuur.

Auteur

Lara Mol

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *